2000 jaar geloof - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Christendom

Tweeduizend jaar geloof.

 

In de jaren direct na de kruisiging waren de meeste mensen die in Jezus als Messias geloofden Palestijnse joden. Dit veranderde echter radicaal in de twee decennia na ongeveer 40 n.Chr., toen de christenen hun boodschap gingen verkondigen onder de heidenen. Het verhaal van deze missie begint met Saulus van Tarsus, een Grieks-sprekende jood uit de diaspora en Romeins staatburger, die zowel een Romeinse als een Hebreeuwse naam had. Paulus/Saulus begon zijn carrière als vervolger van de christenen; hij assisteerde bij de steniging van Stephanus – vereerd als de eerste christelijke martelaar – in Jeruzalem. Kort daarna, op weg naar Damascus om daar andere volgelingen van Jezus te arresteren, kreeg hij een visioen waarin hij Jezus aanschouwde en bekeerde hij zich. Hierna begon Paulus een fanatieke, levenslange en succesvolle missie om de niet-joden in Griekenland en Klein-Azië te bekeren. Paulus was een van de eerste die een eigen, niet-joodse christelijke theologie formuleerde.

In het begin ontmoette het vroege christendom een aantal obstakels. Christenen weigerden bijvoorbeeld om offers te brengen aan de Grieks-Romeinse goden of om de Romeinse keizer als God te erkennen, zoals de wet voorschreef. Het was dus als verraad om alleen maar christen te zijn en velen werden als martelaar gedood. Hun voorbeeld was echter vooral en effectieve reclame voor de nieuwe religie en verenigde de aanhangers. De vervolgingen hielden pas op na het Edict van Milaan, waarin Constantijn de tolerantie tegenover alle godsdiensten afkondigde. In 392 n.Chr. verklaarde keizer Theodosius I het christendom tot de enige godsdienst in het rijk.

De eerste periode van de geschiedenis van het christendom wordt vaak aangeduid als het ‘patristische tijdperk’, naar het Latijnse Patres Ecclesiae, de grote (mannelijke) theologen die met hun werk de christelijke leer mede vorm gaven. Misschien wel de meest invloedrijke was Augustinus, die bisschop was van Hippo in Noord-Afrika. Het ambt van bisschop werd al vroeg ingesteld. De bisschop trad op als geestelijk leider van een christelijke gemeente; de bisschoppen van Rome, Antiochië, Jeruzalem, Alexandrië en Constantinopel werden beschouwd als de ‘patriarchen’ van de kerk.

Aan het einde van de vijfde eeuw viel het West-Romeinse Rijk in handen van Germaanse veroveraars. De kerken in het westen en het Byzantijnse oosten bleven echter één. IN de feodale staten die vervolgens n het middeleeuwse West-Europa tot ontwikkeling kwamen, waren de monarchie, de aristocratie en de kerk de machtigste instituten.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu