Arabië - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Islam

Arabië.

 

De islamitische traditie is terug te voeren op de Hidjaz, het westelijke gebied van het Arabische schiereiland en met name op de steden Mekka en Jathrib, later bekend onder de naam Medina. In de zesde eeuw n.Chr. vormde Mekka het decor van de eerste openbaringen aan een veertigjarige koopman, Mohammed ibn Abdallah, die het fundament van de islam vormden. Invloedrijke leden van Mohammeds clan, de Banoe Hasjhiem, een tak van de machtigste stam van de Koeraisjieten, beheersten een handelsnetwerk dat de Hidjaz voorzag en dat verbonden was met Zuid-Syrië, Mesopotamië, Jemen en Oost-Afrika.

‘Arabië’ omvatte in de zesde eeuw n.Chr. bijna het volledige Arabische schiereiland, evenals het gebied van Transjordanié, het zuiden van Syrië en Mesopotamië. Verspreid over het schiereiland bevonden zich kleine handelssteden zoals Mekka en landbouwgemeenschappen zoals Jathrib. Men had een gemeenschappelijke taal, het Arabisch, maar er was geen politieke eenheid. De stam vormde de belangrijkste sociale en politieke eenheid. De meeste Arabieren waren veehoudende nomaden die met het fokken van kamelen, schapen en geiten een hard en veeleisend bestaan leidden. De stam en het stamhoofd voorzagen in identiteit en fysieke veiligheid

Het leven van de Arabieren werd beïnvloed door de politieke, economische en religieuze ontwikkelingen in het Nabije Oosten. Hekt is waarschijnlijk dat christelijke kooplieden en rondtrekkende predikers ook het Arabische schiereiland bezochten en dat Mohammed in contact is geweest met christelijke tradities. Er waren ook joden in de Hidjaz, vooral in Jathrib, waar ten minste drie joodse stammen woonden. Het Nabije-Oosten zelf werd gedomineerd door twee met elkaar rivaliserende supermachten, het Byzantijnse en Sassanidische Rijk. Beide rijken raakten echter in de vroege zevende eeuw n.Chr. verzwakt door oorlogen en interne conflicten.

De islamitische gemeenschap of oemma, om de aanduiding uit de koran te gebruiken, hanteert als ontstaansdatum een specifieke gebeurtenis uit het leven van Mohammed. Hiertoe aangezet door goddelijke openbaringen begon hij zijn profetische missie ca. 610 n.Chr. De houding van de inwoners van Mekka, en van de Koeraisjieten in het bijzonder, was aanvankelijk tolerant maar sloeg al gauw om in vijandigheid toen Mohammed meer en meer inde richting van een zuiver monotheïsme ging en kritiek leverde op het heilige cultische centrum in de Haraam. In 622 n.Chr. was de profeet gedwongen om door de vervolgingen van zijn aanhangers naar Jathrib, een langbouwplaats ten noorden van Mekka, te vluchten. Mohammed en een nauw verwant van hem, Aboe Bakr, vertrokken als laatste. Deze vlucht van de profeet in 622 staat bekend als de Hidjra en wordt in de islamitische traditie gehanteerd als datum van de stichting van de oemma en als het begin van de islamitische jaarrekening.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu