Avonturen v/e soldaat - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

De avonturen van een soldaat.

 

Er was eens een soldaat en zijn naam was Jan. Hij had nog twaalf stuivers aan traktement tegoed en drong er bij zijn meerdere op aan dat hem werd uitbetaald waar hij recht op had. Maar hij kreeg steeds te horen dat hij moest wachten. Op zekere dag nam Jan Soldaat daar geen genoegen meer mee. ‘Als u blijft weigeren, ga ik naar de koning om mijn recht te halen,’ sprak hij tot de kapitein.

‘Als je wegloopt, ben je een deserteur en dat kost je je kop.’ ‘Dat doet er niet toe,’ zei Jan, ‘ik wil rechtvaardigheid, ook al kost het me mijn leven.’ En hij ging weg, want wat hij zich in het hoofd had gehaald, voerde hij ook uit.  Toen hij een halve dag gelopen had en even aan de kant zat uit te rusten, kwam er een heer voorbij. ‘Waar ga je naartoe, soldaat?’ Jan vertelde hem waar hij geen ging en waarom. De heer stelde voor om samen verder te reizen aangezien ook hij op weg was naar de hoofdstad. Toen de avond begon te vallen opperde de heer: ‘Zullen we in gindse herberg overnachten? ‘’Dat zou ik wel willen maar ik heb geen cent op zak.’ ’Dat geeft niet, ik betaal voor ons allebei.’
Toen de dienstmeid hun eten en drinken bracht, keek ze hen met zulke droevige ogen aan dat Jan Soldaat opmerkte: ‘Wat kijkt dat meisje treurig! Ik zal haar eens vragen waarom ze zo ongelukkig is.’ ‘Ach,’ zei de heer, ‘dat gaat jou toch niets aan: laat haar kijken zoals ze wil.’ ‘Toch wil ik het weten.’

Het meisje wilde eerst niets zeggen, maar toen Jan bleef aandringen, zei ze: ‘Ik maak me zorgen over u, want uw leven is in gevaar. Er wonen hier twaalf rovers die de gasten die hier overnachten, beroven en vermoorden. De schurken hebben mij als jong meisje hierheen gevoerd en ik zou graag vluchten, maar ik ben bang dat ze me achternakomen en vermoorden.’ De heer werd bang en wilde meteen vertrekken, maar Jan de soldaat zei: ‘Dat is ook niet zonder gevaar; laten we hier blijven, dan zal ik proberen dat geboefte  onschadelijk te maken.’

De heer stemde daarmee in, al was het maar omdat hij niet alleen verder durfde te reizen. Wel vroeg hij het meisje hem de meest veilige schuilplaats te geven die ze te bieden had. Nadat de heer de ruimte had verlaten, bespraken Jan en de dienstmeid de situatie. Het meisje vertelde dat de rovers elke avond rond middernacht thuiskwamen en dan zwaar begonnen te drinken, waarbij vooral de roverhoofdman haar lastigviel.

‘Ik zal proberen om die mannen klein te krijgen,’ zei Jan, ‘maar dan moet jij wel doen wat ik zeg. Zorg dat ze vanavond nog meer wijn drinken dan anders.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu