Boeddha - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Boeddishme

Boeddha.

 

De boeddhistische traditie heeft haar wortels in het leven van de Boeddha, Siddharta Gautama, ook bekend als Sakyamuni of ‘de Wijze uit het geslacht Sakya’, die aan het einde van de zesde eeuw v.Chr. geboren werd in de heuvels aan de voet van de Himalaya. Vanuit een boeddhistisch perspectief gezien begint het verhaal van de Boeddha met het verhaal van zijn vorige levens als een bodhisattva of ‘toekomstige boeddha’.  Volgens de oude doctrine van de wedergeboorte (samsara) is het leven van een persoon het resultaat van een lange serie handelingen (karma) dan men gedurene het proves van vele levens heeft op gebouwd. Siddhartha Gautama vormde hierop geen uitzondering. Het corpus van traditionele teksten dat bekendstaat als de Jakata-verhalen, vertelt ons dat hij zich op levens waarin hij onderricht kreeg van vorige boeddha’s en waarin hij vele van de grote morele deugden van de boeddhistische traditie tentoonspreidde.

Volgens de wetenschappelijk aanvaarde chronologie  werd Siddhartha Gautama in 566 v.Chr. geborenen stierf hij op tachtigjarige leeftijd in 486 v.Chr., hoewel sommige  Aziatische boeddhisten 623 v.Chr.  als geboortejaar nemen en 543 v.Chr. als het jaar van zijn dood of parinirvana (‘het laatste uitblazen’).  Over de basisfeiten van zijn geboorte en de legende die rond zijn leven ontstond, bestaan nauwelijks meningsverschillen. Hij werd geboren in Lumbini in wat nu het zuiden van Nepal is als zoon  van koninklijke ouders uit het Indiase geslacht der Sakya’s. De meeste jaren bracht hij door in de buurt van Varanasi, Patna en Vaishali, in de centrale Gangesvlakte.

De boeddhistische traditie verhaalt dat Siddhartha werd opgevoed in Kapilavastu in het paleis van zijn vader, koning Shuddhodana, en met een prinses trouwde, Yashodara, die hem een zoon, Rahula, gaf. Toen hij begin dertig was , raakte Siddhartha nieuwsgierig naar het leven buiten het paleis – dat hij nog nooit verlaten had – en vroeg hij of hij naar buiten mocht. In het park buiten het paleis zag hij drie tekenen die hem de realiteit van het menselijk lijden duidelijk maakten: een oude man, een zieke en een dode.

Op een ander uitstapje buiten het koninklijk paleis zag Siddhartha een vierde teken – een rondtrekkende asceet (shramana) – en zwoer hij dat hij diens voorbeeld zou volgen en de verlossing uit de wereld van het lijden zou zoeken. Zijn vader probeerde hem hier eerst van te weerhouden, maar Siddhartha verliet het paleis – volgens de legende  met behulp van de goden, die het hof inde mantel der slaap hulden – en gaf zijn prinselijk bestaan op om het leven van een rondtrekkende asceet te leiden.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu