Boeren Bezems, Blaren en Ijzer - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

Boer Bezems, boer Blaren en boer IJzer.

 

Er waren eens drie rare boeren die alle drie in hetzelfde bos woonden. De eerste had een huisje van bezems, de tweede een huisje van bladeren en de derde een huisje van ijzer. Daarom noemde men hen boer Bezems, boer Blaren en boer IJzer.

Op een koude winterdag kwam een wolf bij Boer Bezems aankloppen en riep: ‘Boer Bezems, boer Bezems, doe toch open, m’n vriend, mijn handjes zijn zo koud en mijn voetjes zijn bevroren!’ ‘Ik doe niet open!’ antwoordde boer Bezems kortaf. ‘Dan loop ik heel uw huis kapot!’ De wolf liep zo hard hij kon tegen de deur, zodat die naar binnen viel, en ging bij boer Bezems aan het vuur zitten.

De boer was juist bezig patatten te schillen, en de wolf begon met een grove stem te bidden: ‘Warrrrrm in de buik! Straks eten wij vette varrrkens! Warrrm in de buik! Straks eten wij vette varrrrkens!’ ‘Wat babbelt ge toch allemaal?’ vroeg boer Bezems onnozelweg. ‘Wel,’ antwoordde de wolf, ‘dat is een gebed voor u… Maar geef mij nu toch een patat, ik heb zo’n honger…’

Boer Bezems stak een patat op de punt van zijn mes en reikte die van ver naar de wolf, maar deze slokte boer, mes en patat in een en dezelfde mondvol naar binnen.

De volgende dag klopt de wol bij boer Blaren aan. ‘Boer Blaren, boer Blaren, doe eens open, m’n vriend. Mijn voetjes zijn zo koud en mijn handjes zijn bevroren,’ klaagde hij. ‘Ik doe niet open,’ antwoordde boer Blaren kortaf. ‘Dan loop ik heel uw huis kapot!’ En hij liep, en liep de deur in duigen, en ging aan de stoof zitten. Ook boer Blaren waren patatten aan het schillen, en de wolf begon weer met een holle stem: ‘Warrrm in de buik. Straks eten wij vette varrrkens. Warrrm in de buik! Straks eten wij vette varrrkens!’ ‘Wat mompelt gij toch allemaal?’ vroeg hij boer Blaren. ‘Wel,’ zei de wolf, ‘dat is een gebed voor u, maar geef mij toch een patatje. Ik heb zo’n honger.’ Boer Blaren stak zijn mes uit met een patat erop, en ook deze keer slokte de wolf boer, mes en patat in een keer naar binnen.

De derde dag ging hij naar boer IJzer. Deze had hem zien aankomen en een zware pot met erwten op de zolder gezet. De wolf klopte aan: ‘Boer IJzer, doe eens open! Mijn handjes zijn zo koud en mijn voetjes zijn bevroren.’

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu