De strijd - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Islam

De Strijd.

 

In Medina zette Mohammed zijn prediking voort en hij maakte zijn aanhang hechten door de zogenaamde ‘constitutie van Medina’ te formuleren, waarmee het bestaan van de oemma een feit is. De daaropvolgende tien jaar was Mohammed de religieuze, politieke en militaire leider van een dynamische nieuwe gemeenschap. Pogingen om de steun van de joodse stammen in Medina te krijgen liepen uit op een tragedie; twee stammen werden verdreven en een derde gewelddadig onderdrukt. Een militaire campagne om Mekka te veroveren werd wel een succes, en bij zijn dood op  8 Juni 632 n.Chr. had Mohammed het grootste deel van het Arabische schiereiland veroverd en zijn troepen waren op weg naar het zuiden van Syrië om de Byzantijnse verdediging te peilen. Nog geen twee decennia later hadden de Arabische legers onder islamitisch commando het Perzische Sassanidenrijk compleet verwoest en de Byzantijnen uit Syrië en Egypte verdreven. Verdere veroveringen voerden de islamitische legers naar Centraal-Azië, Noord-India, de rest van Noord-Afrika en naar het Iberisch schiereiland.

De controle over dit snelgroeiende gebied was aanvankelijk in handen van vertrouwelingen van de profeet. Dezen werden opgevolgd, na bloedige interne conflicten, door een elite uit Mohammeds stam, de Koeraisjieten, onder leiding van de familie van de Oemajjaden. De politieke opvolger van de profeet droeg de titel ‘kalief’, van het Arabische khalife. In de periode 661 n.Chr. tot 750 n.Chr., waarin de hoofdstad van de islam zich van Medina naar Damascus verplaatste, werd het kalifaat beheerst door de Oemajjaden die zich erop toelegden om de veroverde gebieden te arabiseren en te islamiseren. In 750 n.Chr. werden de Oemajjaden verdreven door de Abbasieden, een andere tak van de Banoe Hasjiem. Vanuit Bagdad regeerde het Abbasidische kalifaat tijdens een periode van gestage groei van de islamitische gemeenschap die zich uitbreidde naar Noord-Afrika, Spanje en het Nabije-oosten.

In het kielzog van hun veroveringen vestigden de Arabieren zich in de belangrijkste stedelijke centra van het Nabije-Oosten, terwijl nieuwe Arabische garnizoensplaatsen zoals Basra, Koefa, en Foestat zich geleidelijk ontwikkelde tot stadjes en st5eden. In deze stedelijke omgeving ziet men in de negende en tiende eeuw een grote bloei van het juridische, religieuze en politieke denken in de islam, die mede ontstaan is door de confrontatie met joodse, christelijke, Perzische en zoroastrische tradities en door de noodzaak een uitgestrekt rijk te besturen. De grootste activiteit waste vinden in de welvarende hoofdstad van het rijk, Bagdad. Prominente figuren uit deze periode zijn geleerden als Jafar-al-Sadiek en al-Sjafii, de filosoof Ibn Sina, de historicus en exegeet al-Tabari en, misschien wel de meest invloedrijke van allen, al-Ghazali.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu