De Toverfles - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

De Toverfles.

 

Er was eens een arme boer die met zijn vrouw en een aantal jonge kinderen op een kleine hoeve woonde. Man en vrouw werkten hard, maar het zat hun niet mee in de wereld. Integendeel, zij werden jaar op jaar armer.
Op een dag hadden zij nog maar één koe en om de pacht te kunnen betalen, moest zij ook die verkopen. Dus trok de boer op de marktdag met de koe naar de stad. Onderweg bracht hij mismoedig na over zijn treurig lot. Plots kwam er een dwergachtig mannetje naast hem lopen dat vroeg of hij die koe ging verkopen. Op het bevestigende antwoord van de boer hernam hij: ‘Wil je haar niet aan mij verkopen?’ ‘Waarom niet?’ zei het broertje. ‘Als je een goede prijs wilt betalen tenminste.’ Maar de dwerg haalde een lege fles vanonder zijn kleding tevoorschijn: ‘Ik wil haar hier tegen ruilen.’

Natuurlijk vond de boer dit aanbod te bespottelijk om er zelfs maar over na te denken. De dwerg zei echter: ‘Je zult er verstandig aan doen om mijn bod te accepteren. Deze fles zal je geluk brengen als je haar gebruikt zoals ik je zal zeggen. Maar als je mijn aanbod afslaat, dan zul je nog armer worden dan je nu al bent. Dat verzeker ik je.’

Omdat het mannetje eruitzag als iemand die tot heel wat meer in staat was dan een gewoon mens, liet de boer overhalen om het aanbod aan te nemen, waarna de kleine hem vertelde hoe de les gebruikt moest worden. Toen zijn vrouw hoorde hoe haar man zich had laten beetnemen, begon ze hevig tegen hem uit te varen.
‘Bedaar vrouw! Maak maar snel de tafel leeg en schoon en leg er een wit kleed op, dan zul je zien wat er gebeurt.’ Dat deed de vrouw en de boer zette zijn les op de grond en sprak: ‘Fles, fles, doe je werk!’

Meteen kwamen er twee hele kleine mannetjes uit de fles kruipen die ijverig de tafel gingen dekken met gouden borden, zilveren schotels met allerlei heerlijke spijzen en zilveren messen, vorken en lepels. Toen het werk gedaan was, kropen de mannetjes weer in de fles.  De boer en zijn gezin smulden van al dat lekkere eten. Na afloop van de maaltijd kwamen de mannetjes de tafel niet afruimen en de vrouw begreep dat zij het weer zelf zou moeten doen. Ze borg alles veilig op in de kast.  De volgende dag kregen ze weer nieuwe tafelzilver en dit herhaalde zich elke dag dat de boer beval: ‘Fles, fles, doe je werk!’ De gouden en zilveren voorwerpen verkocht hij en van de opbrengst kocht hij paarden, koeien en schapen, nieuw boerengereedschap, nieuwe kleren en ook meubels.

De nieuwe rijkdom van de boer trok al snel de aandacht van zijn landheer.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu