Duivel te gast - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

De duivel te gast.

 

In Weert doet een verhaal, half sage, half legende, de ronde. Ik zal het u vertellen.

Sommige stervelingen daar hadden de gewoonte om te kaarten van het oud in het nieuw, en me dunkt dat daar niets op tegen is. Aangenomen dat je de jaarwisseling beleven mag, staan je maar twee manieren ten dienste om dit te doen: biddend of kaartend. Want de hele avond zwetsen, dat houd je niet uit, zelfs niet met tien mensen om je heen. En tien mensen kunnen heel wat te berde brengen! Natuurlijk is het het meest juiste dat je de gewichtige uren van het wisselen der jaren biddend doorbrengt, maar kaarten, dat kan er stellig mee door.

Dat deed ook Pieter Jannus, de waard van  het koffiehuis schuin tegenover de Paterskerk te Weert. Het was meestal hetzelfde clubje dat jaarlijks bij hem onder het klokgelui de kaarten neerwierp en de volle pint opnam om elkaar een heilzaam en zalig nieuwjaar toe te drinken. Het waren trouwe vrienden, die club van kaarters.

Het was de zondag voor Kerstmis toen ze weer bij Pieter Jannus een pintje lichtten, toen een van hen zie: ‘Laten we woensdag naar de nachtmis gaan bij de paters!’ De anderen stemden van harte met het voorstel in, maar de waard spotte lachen: ‘Als je maar wakker bent.’ ‘Dan kaarten we tot de mis begint!’ riep de voorsteller vol geestdrift. ‘In de kerstnacht kaarten, dat hoort niet,’ meende de waard, en de anderen voelden er ook niet veel voor. Na lang over en weer praten, besloten ze echter dat het de enige zekere manier was om wakker te blijven  tot middernacht en ze spraken af tegen tienen samen te komen.

In de late avond van 24 december trokken de mannen over de besneeuwde en bevroren wegen naar hun kaartkroeg, waar in de haard de houtblokken lagen te vlammen en de olielamp op de tafel te pinkelen stond. Ze schudden de koud van hun kleren toen ze de gelagkamer waren binnengetreden en na enige minuten kraste het krijt lange witte lijnen over het leike, waartussen de winst- en verliesgetallen zouden worden opgetekend.

Pieter Jannus kaartte niet mee. Geeuwend zat hij het spel een tijdje aan te zien en tegen elven  zocht hij zijn bed op met het verzoek aan de gasten de deur goed dicht te trekken als ze weggingen. ‘Het gaat niet lekker,’ zei de een, het spel van de ander bekritiserend.

Het was vooral degene die het nachtelijk kaarten had voorgesteld die zich boos maakte op zijn medespelers en zich zeer opwond daar het bier, dat hij met grote teugendronk, hem erg verhitte.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu