Ellert en Brammert - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

Ellert en Brammert.

Tussen Zweelog en Wezup ligt het grote lege Ellertsveld. Afgezien van een enkele berk of jeneverstruik groeit hier niets dan heide. Pas in de buurt van Orvelterveen krijgt het land weer meer levenskracht, want daar hebben de mensen zich ooit ingespannen om het te bewerken. Maar dat is lang geleden en alleen een paar ruïnes laten zien dat er een gehucht moet zijn geweest. Over deze streek wordt het volgende verteld:

‘In vroegere, barbaarse tijden, toen rovers en moordenaars nog ongestoord hun gang konden gaan, leefden er op het wijduitgestrekte veld, nu bekend onder de naam Ellertsveld, twee toverreuzen, Ellert en Brammert. Hun  onderaardse woning is er ook nu nog te vinden.  Wanneer men van Zweeloo tot midden op het veld gaat, waar de grote postweg naar links naar Schoonloo gat, ziet men ten oosten daarvan en van de weg naar Borger een dal , de Moordkuil geheten. Hier woonden de beide rovers. Ellert had zijn zoon Brammert grootgebracht precies zoals hijzelf was opgevoed, en het was moeilijk te beslissen wie van hen het meest verdorven was. Bloed tekende overal hun spoor; ze deden niets liever dan rozen en plunderen. Ze vielen iet alleen weerloze reizigers aan, maar ze waagden zich zelfs in de dorpen en gehuchten om daar hun misdaden te plegen.

Een lijn die dwars over de weg was gespannen, liep tot in hun onderaardse verblijf en aan het end daarvan was een bel bevestigd die de rovers waarschuwde als er reizigers of zwaarbeladen vrachtwagens hun hol voorbijkwamen. Meteen renden zij dan naar buiten en de ongelukkige passant verloor behalve zijn goederen ook zijn leven. Wanneer men hier of elders van een moord, een brandstichting of inbraak hoorde,  dan was het zeker dat Ellert en Brammert de daders waren.

Op een ongelukkige dag toen beide reuzen, vader en zoon, over de heide zwierven, bemerkten zij vlak bij het bovengenoemde Orvelterveen een jong meisje dat op de akker van haar ouders aan het werk was. Meteen kregen zij het idee om het meisje te ontvoeren en haar voor hun eigen genoegens mee te nemen naar hun rovershol. Zonder veel omhaal voerden ze het plan uit. Het meisje kon rennen, schreeuwen, smeken of tegenspartelen wat ze wilde, voor de twee reuzen was ze geen partij. Ze werd meegesleept naar de moordkuil.

Ze bracht zeven jaren als een gevangene in het moordhol door.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu