Geschriften - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Japanse traditie

Geschriften.

 

De oudste en belangrijkste geschreven bonnen voor het shintoïsme zijn twee epossen uit de vroege achtste eeuw n.Chr.: de Kojiki en Nihonshoki. Geen van deze teksten kan als ‘heilige schrift’ worden aangemerkt in de zin van een goddelijke openbaring. Het zijn beide genealogisch gebaseerde kronieken die zich tot in de vroege historische periode uitstrekken. De Kojiki ( ‘Kroniek van Oude Zaken’), de oudste overgeleverde tekst in het Japans, werd samengesteld en bewerkt in 712 door de hof-geleerde Onno Yasumaro uit een aantal oudere bronnen. Deze bronnen, sommige geschreven (en helaas verloren gegaan) en sommige mondeling overgeleverd, waren voor het grootste deel genealogieën van verschillende machtige uji of clans, die het politieke leven in de Nara-periode beheersten en waarvan de keizerlijke Yamato-clan de belangrijkste was. Iedere genealogie traceerde de afstamming van de betreffende uji tot een bepaalde kami.

Rond deze tijd nam Japan bijna ieder denkbaar cultuurkenmerk van China over. Geïnspireerd door het Chinese genre van de ‘keizerlijke kroniek’, die diende om de heersen dynastie te legitimeren, gaf het Japanse hof Ono opdracht om een samenhangende Japanse kroniek samen te stellen die voor eens en altijd de suprematie van de Yamato-clan zou vestigen. Het vroege gedeelte van Ono’s tekst bevat een basisverslag van de shintoïstische kosmologie en theogonie: de schepping van de Japanse eilanden door de oergoden Izanagi en Izanami, de geboorte van de zonnegodin Amaterasu, de uitbreiding van haar gezag naar de ‘Riviervlakte’ (Japan), en het verschijnen van haar afstammeling Jimmu, de eerste keizer.

De Kojiki en Nihonshoki zijn geenszins de enige bronnen van de shintoïstische geloofsvertellingen. Andere geschriften zijn de Manyoshu, een uitgebreide bloemlezing van poëzie met gedichten over religieuze, mythologische en wereldse thema’s; de Fudoki, provinciale kronieken die in 713 werden opgesteld en die legenden van lokale kami bevatten;  en de Engishiki, die uit de late tiende eeuw dateert en een groot corpus aan norito, rituele gebeden voor openbare ceremonies, bevat.

De verreweg belangrijkste tekst in het Japanse boeddhisme is de Lotus Sutra (Hokkeyo). Vervolgens is de Dianichi-kyo of Zonne-sutra kwam de hele kosmos voort uit de Vairochana, de Zonne-Boeddha, en het doel van de gelovige is om de innerlijke betekenis van dit proces te begrijpen. Net als de Lotus Sutra stelt de Zonne-Sutra dat de ‘boeddha-natuur’ inherent aanwezig is in ieder mens en dat iedereen in één enkel leven verlicht kan worden.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu