Gierige vrouw - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

De gierige dame.

 

In het begin van de zestiende eeuw woonde in Enkhuizen, vlak bij zee, een gierige dame. Ze bezat een brouwerij en had nog tachtig morgens land ‘in het veld’ liggen. Zij eiste van iedereen dat de pacht altijd op tijd zou worden betaald.
Nu gebeurde het dat zij in de tijd dat de pacht moest worden voldaan, ernstig ziek weg. Maar een van de boeren kwam uit zichzelf naar haar huis  met een zak pachtgeld.

‘Daar hebt ge  goed aan gedaan,’ sprak ze, en haar dienstbode Katrijn moest haar de zak aanreiken opdat zij het geld nauwkeurig kon natellen. Zij knikte tevreden toen alles er was en schreef een ontvangstbewijs voor de pachter. Na enkele dagen voelde zij dat de ziekte een verkeerde wending ging nemen. Vol angst voor haar bezig riep ze haar meid bij zich en zei: ‘Katrijn, het is met me gedaan. Ik voel dat ik ga sterven, zodat ik al mijn schatten kwijt zal raken. Je moet nog één ding voor me doen en zweren dat je het ten uitvoer zal brengen. Ik wil dat je al mijn goudgeld onder mijn hoofd in de doodskist zult leggen.’

De dienstbode beloofde het en zwoer dat ze het aan niemand zou vertellen. Toen haar meesteres was gestorven, legde zij de avond voor de begrafenis het geld onder het kussen in de kist en ging de volgende dag met de treurende familie mee naar de Pancraskerk om haar de laatste eer te bewijzen.

Toen de familieleden na de begrafenis voor het maal in het huis bijeenzaten, vroegen zij zich af wat ze zouden erven. Een van de oudsten doorzocht de kasten, maar tot zijn ontsteltenis  vond hij geen stuiver. ‘Dat kan toch niet,’ zei hij tegen de anderen, ‘ik weet dat een pachter haar nog geen week geleden een flinke som heeft betaald. Dat geld kan toch niet weg zijn?’ ‘Ja,’ verzekerde een ander, ‘ik heb met mijn eigen ogen de kwitantie gezien die zij heeft afgegeven: het was vijfentwintig goudgulden.’ ‘De dienstbode zal er wel meer van weten,’ merkte iemand grimmig op en men besloot Katrijn binnen te roepen en aan een verhoor te onderwerpen. De dienstbode riep schreiend uit dat zij nergens van wist, maar de familie geloofde haar niet en een van hen liep naar de schout om diens hulp in te roepen. Toen Katrijn de schout zag komen, viel zij vol angst op de knieën en bekende in tranen, dat zij het geld, op last van haar meesteres, onder het kussen in de kist had verborgen.

 

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu