Goden en Godinnen - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Hindoeïsme

Goden en Godinnen.

 

De steden en dorpen in India kunnen tientallen tempels en heiligdommen herbergen die gewijd zijn aan vele goden. Ook worden de beeltenissen van goden en godinnen op opvallende wijze uitgestald in winkels, ziekenhuizen en overheidskantoren, en op de huisaltaren in hindoe-woningen.

Het kan zijn dat een hindoe vele goden erkent, maar slechts één daarvan als de hoogste beschouwt; of hij beschouw alle goden en godinnen als onderling gelijk, maar vereert degene die zijn voorkeur geniet. Hoe het ook is, de meeste hindoes zien alle  godheden als manifestaties van één enkele godheid. Om te zeggen dat deze God mannelijk of vrouwelijk is, één of velen, betekent voor veel hindoes een beperking ervan; het betekent dat het goddelijke menselijke ideeën over sekse en aantal krijgt opgelegd.

De Upanishads, hindoeïstische heilige teksten die rond 600 v.Chr. werden opgesteld, verwijzen naar het hoogste wezen als brahman, wat beschouwd wordt als onzegbaar en al het menselijke begrip te boven gaand. De teksten die de Purana’s worden genoemd, stellend at deze goddelijke entiteit een vormen en een naam aanneemt om zichzelf toegankelijk te maken voor de mensheid. Daarom spreken hindoes over het hoogste wezen als zowel nirguna (‘zonder eigenschappen’) als saguna (‘met eigenschappen’, zoals genade en mededogen). Teksten identificeren het opperste wezen uiteenlopend als Vishnu (‘Alles-doordringende’), Shiva (‘de Goedgunstige’), of als de Godin in een van haar vele manifestaties, zoals Shakti (‘Energie’), Durga en Kali.

Hoewel Vishnu, Shiva en de Godin de belangrijkste goden in de hindoeïstische teksten zijn, zijn er ook andere zeer populaire goden, zoals Ganesha met de olifantskop (een zoon van Parvati), Kartikkeye/Murugan (een zoon van Shiva), en Hanuman (een goddelijk aap-vereerder van Rama, een incarnatie van Vishnu). Vele heiligdommen langs de kant van de weg zijn aan Ganesha en Hanuman gewijd. Ganesha wordt rijdend op een muis afgebeeld en wordt ook Vigneshware genoemd (‘hij die alle hindernissen overwint’). De hindoes vereren hem alvorens welke reis, taak, of project dan ook te ondernemen.

De goden en godinnen hebben ieder hun eigen iconografische karakteristieken en iedere houding van de handen of voeten, ieder betrokken dier, plant of vogel, heeft een speciale betekenis. Veel goden hebben meerdere handen, die alle een wapen of een bloem dragen om zijn of haar aanbidders te beschermen tegen het kwaad.

 
 

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu