Grootoog en Kleinoog - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

Grootoog en Kleinoog.

 

Er waren eens twee boeren die naast elkaar woonden: Kleinoog, die maar één koe had, en Grootoog, die veel meer koeien bezat en ook veel meer land. Toen op een dag Kleinoogs koe op het land van zijn buurman stond te grazen, dreigde die de koe dood te slaan als het nog een keer zou gebeuren.

‘Dat moet je dan maar doen,’ zei Kleinoog. En inderdaad, de eerste de beste keer dat de koe weer in de verkeerde wei kwam sloeg Grootoog haar dood. Kleinoog nam zijn koe mee naar huis, vilde haar, laadde de koeienhuid op de kar en ging op weg  naar de markt. Onderweg kwam hij door een bos waar een bende gauwdieven zijn geld zat te tellen. Toen Kleinoog dat zag, sloeg hij het koeienvel om en liep op de gauwdieven toe die, denkend dat een wild beest hen wilde bespringen, op de vlucht sloegen. Hun buit lieten ze achter, en daar was het Kleinoog juist om te doen. Hij zette het geld in de kar en ging ermee naar huis.

De volgende dag vroeg hij zijn buurman of hij diens spintvat kon lenen om het geld te meten dat hij voor zijn koeienvel gekregen had. Grootoog dacht: als een koeienvel zo veel oplevert, dan ga ik mijn koeien ook villen.
En dat deed hij. Hij vilde al zijn koeien, bracht de huiden naar de markt en riep: ‘Haal koeienvellen, haal koeienvellen!’ Maar hij kon er niets meer voor krijgen dan de gewone prijs en boos nam hij alle huiden weer mee naar huis.
Woedend ging hij naar Kleinoog en dreigde dat hij hem die nacht nog zou vermoorden. Maar Kleinoog zei alleen maar: ‘Dat moet je dan maar doen.’

Nu hadden allebei de boeren nog een oude moeder. Kleinoog zei tegen de zijne dat hij die nacht in haar bed wilde slapen en dat zij in het zijne moest gaan liggen. De moeder wist niets van de moordplannen en ging er zonder vragen mee akkoord. Toen het nacht was geworden, verscheen Grootoog aan Kleinoogs bed, dacht dat daar zijn buurman in lag en… sloeg de oude moeder het hoofd af.

De volgende morgen laadde Kleinoog zijn wagen vol met kaas, zette zijn oude moeder erop en reed naar de markt. Toen een heer was kaas wilde kopen, zei Kleinoog: ‘Vraag maar aan mijn oude moeder, die weet wel hoeveel het kost. Maar zij is een beetje doof;  u moet haar wat aanstoten.’ De heer stootte haar met de handstok aan en riep luid: ‘Moedertje, moedertje, wat kost de kaas?’ waarop het hoofd van de vrouw er afviel. Luid riep Kleinoog: ‘Wat doet u nu? U stoot mijn moeder het hoofd eraf! Dat zal ik meteen aangeven!’

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu