Hansie Brinkers - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

Hansie Brinkers van Spaarndam.

 

Heel lang geleden woonde er in Spaarndam een jongen, wiens vader sluiswachter was. Toen hij een jaar of acht was, mocht hij van zijn ouders pannenkoeken brengen aan een oude, blinde man, die eenzaam in de polder woonde. Het was een mooie middag in de herfst toen Hansie Brinkers, zo heette die jongen, met het pakje op weg ging. Hij bleef wel een uur bij de man, die het erg gezellig vond. Toen Hansie terugliep over de dijk, merkte hij dat het water hoger stond dan anders en dacht hij eraan hoe boos het water zou zijn op de stevige sluisdeuren van zijn vader. Hij moest er niet aan denken dat het water ooit door de dijk zou breken, de sluizen vernielen en het vruchtbare land overspoelen. Al fantaserend liep ij verder en af en toe keek hij eens om naar het huisje van de oude man, waarvan de ruiten gloeiden in het rood van de ondergaande zon, alsof alles in lichterlaaie stond. Hansie Brinkers merkte wel aan de zon dat hij te lang was weggebleven, zijn lange schaduw viel niet meer op het gras. Toen hij er flink de pas had ingezet, hoorde hij iet wat hem stokstijf deed stilstaan. Het was het geluid van siepelend water. Hij liet zich van de dijk afglijden en onderaan zag hij een straaltje water dat niet over, maar door de dijk kwam. Een gat, een gat in de dijk! Als het water bleef stromen, zou het gat groter worden en dan zou de hele dijk uiteindelijk bezwijken. Als het niet onmiddellijk gestopt werd, zou Spaarndam en de wijde omgeving door een ramp worden getroffen. Bijna onwillekeurig stopt hij zijn vinger in het gaatje en het water hield op met stromen.

In het begin kostte het hem geen enkele moeite om zo het water tegen te houden, maar op den duur raakte hij verkleumd door het natte gras en de vochtige nevel die laag over de weilanden en het water lag. Hij begon hard op hulp te roepen. Er was niemand die hem hoorde, omdat geen mens zich zo laat nog op die donkere dijk waagde. Hij werd hoe langer hoe kouder en stijver en de pijn trok door zijn vinger, door zijn hand en op den duur door zijn hele lichaam. Hij riep om hulp. Hij riep om zijn moeder. Maar die had de deur en de luiken allang gesloten en had zich voorgenomen haar zoon morgen maar eens onder handen te nemen omdat hij bij de blinde man was blijven slapen. Hansie klappertandde zo heftig dat hij niet eens meer kon fluiten. Toen bad hij God om hulp, en ten einde raad besloot hij daar tot de volgende morgen te blijven.

De hele lange avond en nacht bleef hij tegen de dijk gedrukt zitten. Hij probeerde niet in slaap te vallen, al maakten pijn en kramp zijn lichaam gevoelloos. Er leek geen einde aan de nacht te komen.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu