Heks in de brouwketel - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

De heks in de brouwketel.

 

Er zijn tegenwoordig veel menen die zeggen dat er geen heksen zijn. Ik weet wel beter, want zie je, mijn moeder zaliger wist ervan te vertellen op een manier dat je haar steil overeind ging staan. Straks gaan de mensen nog zeggen dat er ook geen Lieve Heer is, zo slecht is de wereld.

Als er geen heksen waren, dan zou het niet in de catechismus staan. Laat de mensen niet denken dat de duvel niet zoveel over hen te zeggen heeft dat hij hen niet zo ver kan brengen anderen allerhande kwaad te doen. Een heks, moet je weten, leeft met de duvel in vriendschap; ze heeft zichzelf, zo te zeggen, verkocht.

Eén verhaal dat mijn moeder zaliger vaak vertelde, heb ik altijd goed onthouden. Het ging over een heks uit Bladel, die zichzelf in een kat kon veranderen. Dei heks was in haar jonge tijd een trots ding dat niets anders te doen had dan zichzelf op te dirken. Knap was ze echter niet, maar ze was ijselijk gek op een brouwer, die naast haar woonde. De vrouwen was een ferme, jonge kerel, die zijn rare buurmeisje alleen maar uitlachte. En daar werd me dat gekske zo kwaad om, dat ze de duvel om hulp vroeg… en die liet niet lang op zich wachten. Hij gaf haar veel macht en in ruil daarvoor verkocht ze haar ziel. Nu zou ze die trotse brouwer eens leren, en ervoor zorgen dat hij niet meer zoveel te doen had.

Op een nacht dat hij zou gaan brouwen, ging ze naar de brouwerij. Ze loerde door een achterraampje en veranderde plots in een kat. Ze sprong op het dak, en zo kwam ze in de brouwerij. Eenmaal binnen, ging ze op de rand van de brouwketel zitten en deed niets dan in het bier kijken. Na zo’n minuut of vijf ging ze naar huis om te slapen.
De volgende dag merkte men dat het bier helemaal bedorven was, en de brouwer moest opnieuw aan het werk. Maar de kat kwam weer en het brouwsel mislukte wederom. De arme brouwer kon zijn klanten  nu niet bedienen, en zag ze naar een ander gaan. Hij probeerde van alles, stuurde zijn knechts weg, nam ander knechts aan, gaf ze meer loon, maar het hielp hem allemaal niets.

Uiteindelijk kreeg hij een knecht die veel over heksen had horen vertellen en niet bang voor hen was. Hij werkte nog maar pas bij de brouwer of begreep al welk spelletje er gespeeld werd, want hij had al tweemaal de kat op de ketel zien zitten.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu