Imaams en heiligen - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Islam

Imaams en heiligen.

 

Het belangrijkste verschil tussen sji’itische en soennitische tradities is het sji’itische geloof in, en de verering van een serie goddelijk geïnspireerde leiders of imaams. Dit geloof is gegrondvest op een bepaalde interpretatie van een reeks gebeurtenissen in de vroege geschiedenis van de islam. In de laatste toespraak tot zijn volgelingen te Ghadier Choemm zou Mohammed gesproken hebben over zijn schoonzoon Ali ibn Abi Talib. Volgens de soennitische interpretatie werd Ali door Mohammed geprezen en aanbevolen bij de gemeenschap. Sji’itische commentatoren beweren echter dat Mohammed verder ging en Ali expliciet als zijn opvolgers aanwees en dat Ali daarom als enige het recht had opvolger van de profeet en geestelijk leider (imaam) van de jonge islamitische gemeenschap te worden. In de sji’itische visie heeft de leiding van de gemeenschap de wens van de profeet naast zich neergelegd door Ali ibn Abi Talib niet als directe opvolger te benoemen. De term sji’iet is afgeleid van sji’at Ali ‘partijgenoten of aanhangers van Ali’.

Na Ali’s dood in 661 n.Chr. verlegden de sji’ieten hun loyaliteit naar Ali’s zoon Hassan, en naar diens broer Hoesain. In 680 n.Chr. probeerde Hoesain zijn partizanen in de stad Koefa in Zuid-Irak te bereiken, een daad die door zijn familielid, de Ommajjaadse kalief, werd opgevat als een poging om de macht te grijpen. Troepen van de kalief doodden Hoesain en zijn mannelijke metgezellen in de slag bij Kerbela, in de buurt van Koefa.

Met deze vroege tragedie als uitgangspunt hebben sji’itische geleerden en activisten een complex geloofssysteem ontwikkeld rondom het ambt van imaam. De persoon van de imaam zoals in de uitgebreide sji’itische literatuur beschreven is, is een schakel in de ketting van profeten die via Mohammed, Jezus en Abraham teruggaat op Adam. De imaam moet een  directe nakomeling van de profeet Mohammed zijn en expliciet door de vorige imaam aangewezen zijn al opvolger, net zoals Ali als opvolger was aangewezen door Mohammed. De imaam is dus de enige legitieme autoriteit op aarde en ieder moet gehoorzaamheid aan hem betrachten. Hij wordt voor onfeilbaar gehouden, zonder zone en in het bezit van kennis die God hem via een keten van imaams heeft doorgegeven.

De grootste sji’ itische groepen zijn de ‘twaalver-sji’ieten’, die zo genoemd worden omdat hun leer gecentreerd is rondom de persoon van de twaalfde imam, een jongen met de naam Mohammed van wie gezegd wordt dat hij verdwenen is kort na de dood van zijn vader in 873 n.Chr., werd de basis voor een complex doctrinair systeem. Centraal hierin staat de mening dat hij niet gestorven is maar zich in een wonderbaarlijke staat van verborgenheid bevindt waarvan alleen God de aard en de duur kent.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu