Inleiding - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Christendom

Inleiding.

 

Niet lang na de kruisiging van de joodse prediker en genezer Jezus van Nazareth ontstond er een nieuwe religieuze beweging in de Grieks-Romeinse wereld die de loop van de geschiedenis beslissend zou veranderen. Jezus’ discipelen en velen van zijn volgelingen geloofden namelijk dat hij de Christus of de Messias was, een goddelijke verlosser van de mensheid die na zijn dood weer was herrezen. Zij maakten er hun taak van deze boodschap te verspreiden, maar verkondigen ook Jezus’ leer, die gebaseerd was op de liefde voor God en de naaste. Uit deze ‘Jezusbeweging’ ontstond het christelijke geloof dat nu de grootste van de wereldgodsdiensten is met bijna twee miljard aanhangers in vrijwel alle landen van de wereld.

In essentie is het christendom een monotheïstische godsdienst die gebaseerd is op het geloof in één God – als eeuwige schepper, die de schepping te boven gaat maar desalniettemin actief aanwezig is in de wereld – en in Jezus Christus als redder en verlosser van de mensheid. Het christendom gelooft dat God gereïncarneerd is, volledig mens geworden is, in Jezus van Nazareth. Christenen geloven dat Jezus stierf aan het kruis en daarna is opgewekt, dat wil zeggen: fysiek herrezen is uit de dood. Het geloof in de triniteit, het heilige mysterie van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest als één persoon, de drie-ene God, is fundamenteel voor de christelijke traditie.

Er zijn honderden christelijke groeperingen of denominaties. De belangrijkste zijn rooms-katholieke kerk (de grootste), de oosters-orthodoxe kerk en het protestantisme. In zijn algemeenheid kan men zeggen dat de rooms-katholiek een onfeilbare paus als hoofd van de kerk accepteren. Hun eredienst is nadrukkelijk liturgisch, met centraal daarin de zeven sacramenten – doop, eucharistie, vormsel, biecht, huwelijk, priesterwijding en het laatste oliesel. Heiligenverering neemt eveneens een belangrijke plaats in in de praktijk van de katholieke devotie.

Op vergelijkbare wijze als de Rooms-Katholieke Kerk heeft de Oosters-Orthodoxe kerk een sterk besef van de continuïteit met de vroege kerk; men vindt her echter niet de exclusieve aan één persoon toebehorende autoriteit. In plaats hiervan wordt de Oosters-Orthodoxe Kerk bestuurd door bisschoppen, patriarchen en concilies. In tegenstelling tot hun rooms-katholieke collega’s mogen oosters-orthodoxe  priesters trouwen, als ze dat tenminste doen vóór hun inwijding. Ook in de orthodoxie spelen de sacramenten een centrale rol. Kenmerkend voor de orthodoxe kerken zijn de iconen als hulpmiddel voor de spiritualiteit.

... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu