Jan de ijzersterke - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

Jan de ijzersterke.

 

Jan had vierentwintig jaar de keizer gediend en nu trok hij op huis aan. Zeven batsen en een half brood was al wat hij aan zijn dienst had overgehouden. Hij kwam twee bedelaars tegen die hem om een aalmoes vroegen. Het waren Onze-Lieve-Heer en Sint-Pieter, maar dat wist Jan niet. ‘Ik ben maar een arme soldaat,’ zei hij, ‘ik heb vierentwintig jaar mijn keizer gediend en bezit niets dan zeven batsen en een half brood. Maar ik zal het brood in drieën delen zodat we ieder een part hebben.’ Zo gezegd, zo gedaan en Jan trok verder.

Hij was nog maar nauwelijks op weg of hij kwam weer twee mannen tegen die om een aalmoes vroege. Deze keer deelde Jan zijn eigen part in drieën, mar al zelf ook zijn stukje op. Ieder ging daarna zijns weegs, maar een half uur later stond hij opnieuw tegenover twee zwervers. Nu had hij geen brood meer om te verdelen, dus gaf hij hun al zijn geld. Toen zei Onze-Lieve-Heer tot Sint-Pieter: ‘Hij is zo vrijgevig geweest, nu is het aan ons om hem wat te geven.’ ‘Jan,’ zei hij, ‘als beloning zult ge alles in uw ransel krijgen wat ge wilt hebben. Ge hoeft het maar te zeggen: "Dit of dat, zak in" en het zal in je ransel komen.’ ‘En als ik zeg: "Zak uit," is het er dan ook weer uit?’ "Als ge dat wilt.’

Aangekomen in de stad zocht Jan een plaats om te overnachten, maar tevergeefs, alle herbergen waren vol. Toen zei iemand: ‘Gij zijt soldaat en zult zeker geen angst hebben. Ga naar dat kasteel daarginds, daar woont niemand omdat het er spookt.’ ‘Dat maakt mij niet uit,’ antwoordde Jan, en nam zijn intrek in het spookkasteel. Hij vond een goede fles wijn, die hij aansprak, en een zorg waarin hij zich uitstrekte. Daarna stak hij een licht op, want het was stillenkens donker geworden. Maar eensklaps hoorde hij door de brede, hoge schouw een stem die riep: ‘mag ik naar beneden vallen?’ ‘Als ge er trek in hebt,’ zei Jan. Daar viel een been naar beneden. Een tijdje later klonk dezelfde vraag. Daarop viel er nog een been; de derde maal viel de hele romp en uiteindelijk kwam een doodskop naar beneden. Toen stond er een heel geraamte. ‘Wat wilt ge?’ vroeg Jan. ‘Een schop en een licht dat ge me volgt.’

Jan gehoorzaamde en liep achter hem aan, maar toen ze bij de keldertrap kwamen, zei het spook heel beleeft: ‘Ga maar voorop.’ ‘Nee,’ antwoordde Jan, want hij was bang een klap van achteren te krijgen.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu