Jan en zijn vrouw - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

Jan en zijn vrouw.

 

Op een mooie morgen zei Jan tegen zijn vrouw: ‘Vrouw, de stortregen is voorbij en de lucht staat weer strak. Ik ga er vandaag eens op uit. Als de koeienkoper komt, kan hij ze alle drie meenemen, maar voor geen cent minder dan honderd gulden het stuk.’ En daarop ging hij de deur uit.

Toen de koeienkoper kwam, dacht de vrouw: dat zal ik eens mooi klaarspelen, ik zal hem eerst eens lekker maken. ‘Koeienman Driebuik, heeft u zien om wat te gebruiken? Een  glaasje boerenjongens misschien?’  ‘Nee,’ zei Driebuik – die heette omdat hij op een dag anderhalf pond boter in zijn gore pens had gestoken -   ‘maar als je me toch wat wilt inschenken, geef me dan maar een brandewijntje.’ ‘Met suiker?’ ‘Nee, klaar van z’n moer.’

Toen hij dat op had, schonk de vrouw hem er nog een in, en toen nog een paar, en toen nog een. Driebuik zoop en zoop en werd zo suizebollerig dat hij op de wijs van ‘Schep vreugde in het leven’ begon te zingen:
‘Zuip klare jenever, anders krijg je nog mot in je maag. Wil je geen klare zuipen, ik lust hem maar al te graag. Als je geen jenever zuipen wil, dan laat je die maar staan, en kun je naar de donder gaan. Zuip klare jenever, anders krijg je de mot, en als het zuipen is gedaan, dan kun je naar de donder gaan.’

En zo ging hij maar door. Driebuik wist niet waar hij moest ophouden, want het was een lied zonder eind. Daarom hield hij opeens zijn muil dicht, nam nog een slokje en begon toen maar een ander deuntje te zingen: ‘De geit is jarig, wie zuipt er mee? Hoezee!’

Zodra ze vermoedde dat hij al een aardig stuk in zijn kraag had, zei de vrouw: ‘Driebuik, moet je m’n koeien niet eens zien?’ ‘O ja.’ En toen de vrouw hem voorging naar de stal, tuurde hij vlug met zijn wazige oogjes in het rond. ‘Waar is Jan?’ vroeg hij – een slimme donder, die Driebuik. ‘Waar Jan is? Dat weet ik niet. Hij is uit, en de daggelders ook.’ ‘Zo,’ Zei de Driebuik, ‘ik dacht al dat hij er niet was, daarom ben ik ook nu gekomen. Want ik doe liever zaken met jou.’ ‘Juist,’ zei de vrouw en ze liet hem de koeien bekijken. ‘Hm! Hoeveel  moeten ze doen?’ ‘Driehonderd gulden samen, en geen duit minder.’ ‘Een hoop geld,’ zei Driebuik. ‘Kan er niet wat af? Voor tweehonderdvijfenzeventig doe ik het.’ ‘Dat is niet genoeg,’ zei de vrouw. ‘Vooruit dan maar, driehonderd.’

De drie koeien werden aan elkaar gebonden en Driebuik maakte zich klaar om te veertrekken. ‘Ho, ho!’ riep de vrouw, ‘Voor je vertrekt, moet ik wel m’n geld hebben.’

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu