Klassieke wereld - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythologie > Griekse mythologie > Het begin

Klassieke wereld.

De oude Grieken hadden een zeer rijke mythologie. De mythische literatuur kwam in ruim een millennium tot stand, vanaf de vroege dichters Homerus en Hesiodus, die vermoedelijk in de 8 ste of 7 de eeuw v.Chr. leefden, via de dramaturgen en dichters uit Athene in de 5 de eeuw v.Chr. tot in de Romeinse tijd. Toen de Romeinen een groot deel van Europa veroverden, namen ze veel Griekse mythen over. Ze gaven hun eigen goden en godinnen ook een plaats in de mythologie, evenals personages uit de mythen van veroverde volkeren. De meeste klassieke goden en godinnen namen een menselijk gedaante aan en vertoonden menselijke trekjes; liefde, jaloezie, haat en strijd zijn algemene thema’s. Maar de goden bezaten ook veel macht en Grieken en romeinen geloofden dat e veel invloed uitoefenden op het dagelijks leven. De meesten heersten over een bepaald aspect van de kosmos of van het bestaan. Zo was Ares god van de oorlog en Aphrodite godin van de liefde, maar de meesten vervulden meerdere rollen, zoals Athena, godin van oorlog, wijsheid en handwerken.

Het oude Griekenland was niet één land, maar een verzameling stadsstaten met elk hun eigen beschermgoden. Athena hoorde bij Athene bijvoorbeeld, terwijl Zeus oppermachtig was in Olympia. Iedere stad bouwde heiligdommen voor de eigen godheid en hield regelmatig festivals om hem of haar te eten. Daar kwamen zowel de kunsten – met wedstrijden voor dichter en toneelschrijvers – aan te pas, als sport , van discuswerpen tot worstelen. De Grieken verwachtten van hun goden geen leiding op het ethische vlak of begeleiding in het dagelijks leven. Daarvoor waren de goden te wispelturig of zelfs amoreel. Wat de mensen wel geloofden was dat ze door middel van offers een bepaalde godheid aan hun kant konden zijn en zijn bescherming konden genieten. Ze kozen deze goden zorgvuldig uit. Hoe serieus de macht van de goden wordt genomen, blijkt uit Homerus’ epos de Ilias, waarin de wisselende lotgevallen van de twee zijden in de Trojaanse Oorlog vaak wordt toegeschreven aan de goden die vanaf de berg Olympus meekijken.

De goden waren in Griekenland en Rome zo belangrijk dat veel van wat nog uit de klassieke periode rest verband houdt met hun mythologie. Daarbij behoren tempels waar de goden werden aanbeden, theaters waar stukken in hunner ere werden opgevoerd, schatkamers waar offers werden verzameld, en objecten, versierd met mythische taferelen. Na de neergang van Rome in de 5 de eeuw nam de populariteit van de klassieke mythen af. Tijdens de renaissance, vanaf begin 15 de eeuw, leefde de belangstelling in Europa weer op. Kunstenaars begonnen weer taferelen uit de mythologie af te beelden en klassieke dichters werden in moderne Europese talen vertaald.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu