Levende himphamp - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

De levende himphamp.

 

Aan de oever van het Rode meer stond een heel mooi kasteel en in dat kasteel woonde een ridder met zijn vrouw. Niet heel ver daarvandaan stond een klein mooi huisje en daarin woonden een smid met een bliksjagers knap vrouwtje; een knapper ding was er uren in het rond niet te vinden. De vrouw van de ridders was maar een lelijke vuilpoes, een echt moddekevuil; geen wonder dus dat de heer meer zin had in de vrouw van de smid dan in z’n eigen smeerpoes. Iedere dag ging hij, als de smid druk aan het kloppen was, bij het mooie vrouwtje een praatje maken en altijd bracht hij iets mee. Het zou heel onnatuurlijk zijn als het vrouwtje niet meer trek in de knappe ridder dan in haar zwarte smid had gekregen. De smid liep de heer in de weg, dat spreekt voor zich en als men een hond wil slaan, heeft men gauw een stok gevonden. Nu stond de smid bekend als een echte zwetsen en net dat moest de stok worden om hem zijn huis uit te slaan.

Op een keer kwam de heer de smidse binnen en zei: ‘Jouw gezwets en gepoch begint me te vervelen en ik wil d’r een eind aan maken. Je hebt gezegd dat je in één nacht een kasteel aan het Rode Meer kunt bouwen en als je nou niet maakt dat daar morgenvroeg een heel mooi kasteel op de oevers staat, dan laat ik je ophangen  aan de hoogste galg die er ooit op de wereld gebouwd is.’ Weg was de heer; beteuterd keek de smid hem na. Met een bedroefd gezicht vertelde hij alles aan zijn vrouw. Omdat die hem liever kwijt dan rijk was, zette ze hem aan om te vluchten. En dat deed hij. Toen het avond werd, nam hij de benen. Droevig dolend over de heideweg, kwam hij een heel oud vrouwtje tegen.

‘Smid,’ zei het vrouwtje, ‘waar ga je zo laat op af? En waarom laat je je kop zo hangen, is er iets niet goed?’ ‘Er is heel veel niet goed,’ zei de smid. ‘De ridder zegt dat hij me aan de hoogste galg gaat ophangen als ik niet zorg dat er morgenvroeg een mooi kasteel gebouwd is aan de oever van het Rode Meer.’ ‘Wel smid, daar hoef je zo bedroefd niet om te kijken, dat kan ik wel.’ ‘Jij? Dat lukt geen mens op heel de wereld.’ ‘Ik kan nogal wat, veel meer dan jij denkt. Het kasteel bouwen kan ik makkelijk. Morgenvrouw zul je het zien. Ga maar terug naar je vrouw en slaap maar gerust. Morgenvroeg staat er een nieuw kasteel kant-en-klaar aan het Rode Meer en ga je de heer vertellen dat z’n order zijn uitgevoerd.’

En roef, weg was het vrouwtje. De smid vertrouwde het  toch niet helemaal en met loden benen ging hij terug. ’s Morgens voor dag en dauw was de smid al uit de veren en op weg naar het meer.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu