Maatschappij - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Boeddishme

Maatschappij.

 

De boeddhistische gemeenschap, of sangha, kent traditioneel vier groepen: monniken, nonnen, leken-mannen en leken-vrouwen. De monniken en nonnen proberen het voorbeeld van de Boeddha te volgen door de verplichtingen van de gewone leek te verzaken en een eenvoudig leven te leiden> De leken dragen de verantwoordelijkheid voor de voortgang van de boeddhistische samenleving. Zij trouwen hebben gezinnen, verbouwen gewassen, vergaren rijkdom en verdelen de vruchten ervan, vechten oorlogen en handhaven de orde, en doen alle andere dingend ie vechten, oorlogen en handgaven de orde, en doen alle andere dingend ie het mogelijk maken dat de kloosterlingen  het nirvana kunnen nastreven. De simpele onderscheidingen in de boeddhistische samenleving worden echter complexer door de verschillende rollen binnen de monastieke gemeenschap, de complexiteit van de beroepenen functies binnen  de lekengemeenschap, en door de schuivende relaties die de twee geledingen van de samenleving, de monastieke gemeenschap en de leken, samenbinden.

De monastieke gemeenschap begon als een groep rondzwervende individuen die de Boeddha volgden op zijn tochten langs de steden en dorpen van Noord-India. Met het verstrijken van de tijd namen de monniken en nonnen een meer gesteelde levenswijze aan. De Moessonregen maakten de wegen van Noord-India gedurende maanden juli en augustus onbegaanbaar en de monastieke gemeenschap kreeg de gewoonte om gedurende de regentijd op een vaste lokatie te verblijven. Uit deze praktijk groeide het instituut van het klooster, dat mettertijd het centrale instituut van het boeddhistische leven werd. Gesteund door het patronaat van koningen en rijke donoren werden de grote Indiase kloosters centra van wetenschap, niet allen wat betreft de boeddhistische filosofie en rituelen, maar ook wat betreft wereldse kunsten als literatuur, geneeskunde en astrologie. Met name de boeddhistische landen in Zuidoost-Azië ontwikkelden geleerde monastieke tradities, die vaak nauw verbonden waren met de koninklijke macht. Soms was deze link heel direct, zoals in het geval van koning Mongkut van Thailand.

De traditie van het boeddhistische koningschap gaat terug op Asjoka, een heerser uit het Maurya-rijk uit de derde eeuw v.Chr., als de ideale dharamaraja of ‘rechtvaardige koning’. Volgens de traditie bekeerde Asjoka zich na een buitengewoon bloedige militaire campagne tot het boeddhisme en probeerde hij een politiek van dharmavijaya, ‘rechtvaardige verovering’, te bevorderen door middel van de Dharma in plaats van door te wapenen.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu