Maatschappij - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Chinese traditie

Maatschappij.

 

De formele leerstellingen van het confucianisme, taoïsme en het boeddhisme hebbeneen rol gespeeld in de vorming van de Chinese samenleving, waarbij de volkstraditie de ethiek en interesses van alles drie de tradities weerspiegelde. Het confucianisme heeft echter de grootste invloed gehad op de ontwikkeling van de Chinese sociale verwachtingen en normen, en zelfs zozeer dat vele culturele houdingen die ontleend zijn aan het confucianisme simpelweg als ‘Chinees’ worden aangeduid.

Het confucianisme is het ordeningsprincipe geweest voor de twee belangrijkste eenheden die in het Chinese leven vorm geven: de staat en de familie. Het ideaal van het confucianisme – een deugdzaam bestuur ten behoeve van het volk – vormde de basis van de staatstheorie in het keizerlijke China. Autocratische keizers wisten dat hun regeringen beoordeeld zouden worden naar de maatstaven van de confucianistische ethiek en voor het nageslacht wouden worden opgetekend in dynastieke geschiedschrijvingen. Ministers en ambtenaren werden daarom gekozen op basis van hun kennis van de confucianistische leer en hun navolging van de confucianistische deugden.

De relatie tussen keizer en onderdaan werd als analoog beschouw aan de primaire relatie in de Chinese samenleving: die tussen ouder en kind of, meer specifiek, tussen vader en zoon. Kinderen waren hun ouders absolute loyaliteit en gehoorzaamheid verschuldigd. Zij moesten op hun oude dag voor hen zorgen en nakomelingen voortbrengen die na hun dood voor hun geesten zouden zorgen. Deze relatie komt tot uitdrukking in de traditionele Chinese wetgeving: zo had een vader bijvoorbeeld het recht om een ongehoorzaam kind te doden en een zoon kon worden terechtgesteld als hij zijn vader had geslagen.

De traditionele Chinese samenleving was autoriteit en hiërarchisch. In het confucianistische denken had ieder familielid en ieder lid van de samenleving een specifieke rol. Vrouwen werden geacht de yin-energie te belichamen en daarom passief en verzorgend te zijn, wat contrasteerde met het dynamische yang van mannen. Volgens dit schema waren zij ondergeschikt aan mannen en waren zij al meisje gehoorzaamheid verschuldigd aan hun vader, na hun huwelijk aan hun echtgenoten en op hun oude dag aan hun zonen. Een getrouwde vrouw moest haar schoonouders, bij wie het paar meestal woonde, ouderlijke respect betonen.

In de moderne tijd bestaat de sterke nadruk op de familie en de relatie tussen ouder en kind voort, hoewel in iets mildere mate.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu