Maatschappij - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Japanse traditie

Maatschappij.

 

De oude Japanse samenleving was verdeeld in uji of clans en de wortels van het shintoïsme waren nauw verstrengeld met de collectieve waarden die deze alomvattende sociale eenheden koesterden. Zo wordt de bescherm-kami die zich in een lokaal shinoïstische heiligdom bevindt nog steeds de uji-kami of ‘clangod’  genoemd, ondanks het feit dat het uji-systeem als een belangrijke factor in de Japanse samenleving al meer dan duizend jaar verleden tijd is. Meer recent heeft de ie of grootfamilie – die de uji als de dominante sociale factor verving toen het feodalisme na ca. 1185 zijn intrede deed- de aanzet gegeven tot een diepgaande nadruk op de familie in zowel de meer populaire ordes van het boeddhisme als het shintoïsme. Bij welk heiligdom of tempel men behoort, wordt nog steeds bepaald door iemands ie, een feit dat heeft bijgedragen aan de opkomst van de zogenoemde ‘Nieuwe religies’.

Eeuwenlang hebben vrouwen een relatief ondergeschikte rol gespeeld in het religieuze leven van het land, hoewel er tot in de historische periode ook regerende keizerinnen zijn geweest: Shotoku Taishi was regent voor een van hen en de Kojiki werd in opdracht van een andere opgesteld. Er waren ook hogepriesteressen in het heiligdom van de zonne-godin in Ise. Maar rond 800 n. Chr. maakte de impact van het Chinese confucianisme met zijn zwaar patriarchale ideologie effectief een einde aan deze oorspronkelijke statusgelijkheid. Sinds die tijd waren alle keizers en de meeste priesters mannen, ondanks het feit dat Amaterasu tot op de dag van vandaag de meest vereerde godheid van het shintoïsme is.

In deze tijd is de wereldwijde vrouwenbeweging de traditionele Japanse geloofsvoorstellingen  en praktijken gaan beïnvloeden. Een toenemende aantal shintoïstische heiligdommen staat jonge vrouwen en nu toe om tijdens feesten de mikoshi (de draagbare schrijn) te dragen. Er is ook een toename van het aantal vrouwelijke shintoïstische priesters, ondanks de tegenstand van de conservatieve heiligdommen. In 1996 was tien procent van de 21.091 priesters vrouwelijk, vergeleken met de negen procent in 1993.
De vroegere verbondenheid van het shintoïsme met het staatsmilitarisme  dat tot 1945 bestond, geeft zo nu en dan nog aanleiding tot conflicten. Hoewel de boeddhistische ordes zich over het algemeen verre van de politiek hebben gehouden, zijn ze ook minder gevoelig geweest voor de druk om te veranderen die ertoe geleid heeft dat vrouwen tot het shintoïstische priesterschap zijn toegelaten.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu