Mythe en maatschappij - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythologie > Inleiding

Mythe en Maatschappij.

Ze wijzen de weg naar de wereld van het heilige, maar zijn ook een gids voor het hedendaagse leven. IN een samenleving die zich volledig met haar mythologie indentificeert,  hebben alle daden in deze wereld hun weerslag in die van de goden. In een cultuur, doordrenkt van mythologie – zoals die van de Warao in de Orinocodelta  in Venezuela – zijn alle aspecten van het leven met het heilige verweven.

De oprechtheid van de Warao-mythologie schuilt in de manier waarop ze de mensen integreert in hun leefgebied. Als Warao-baby’s ter wereld komen, begint hun levenslange band van wederzijds respect en verantwoordelijkheid met de Warao-goden. Hun eerste kreet bereikt de bergwoning van Ariaware, de god van oorsprong, waarop de god met de echo van zijn welkomstkreet beantwoordt. Drie dagen na de geboorte zendt Hahuba, de slang van het zijn, die in een kronkel in de wateren rond de aarde ligt en meeademt met de getijden, een mild briesje als groet aan de boreling. De baby is meteen al deel van de harmonie tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke die het leven van de Warao bepaalt. De Warao leven volmaakt met hun omgeving. Hun mythen zijn enerzijds opwindende verhalen over scheppende wezens in de begintijd, maar vormen anderzijds een gedetailleerde leidraad voor het leven in een delicaat ecologisch systeem.
Toen Roy Franklin Barton bij zijn studie van de mythologie van de Ifugao op Luzon in de Filipijnen 1500 goden had geteld, gaf hij het tellen verder op. Deze goden – alleen al zeventig voor de vruchtbaarheid en vijf van de artritislijders enzovoort – hebben alleen voor de Ifugao zelf grote betekenis. Door hun lokale karakter zijn Ifugao-mythen niet geschikt om er algemene uitspraken over de wereld uit af te leiden, maar binnen hun maatschappij versterken ze de onderlinge band en verklaren ze alle aspecten van het Ifugao-leven.

Ook de Romeinen hadden voor bijna alles een god of godin . Zo had een Romeinse echtgenoot alleen al voor de huwelijksvoltrekking de bijstand van acht goden nodig: Jugatinus, die het paar in de echt verbond; Domidicus, die de bruis naar huis begeleidde; Domitius, die haar daar installeerde; Manturna, die haar daar hield; Virginiensis, die haar gordel afdeed; Subigus, die haar aan de wil van haar man onderwierp; Prema, die haar eronder hield; en Pertunda, die penetratie mogelijk maakte. Zoals Augustinus ironisch verzuchtte: ‘Laat de man ook iets te doen hebben.’

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu