Paranomale frequentie - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wetenschappelijke visies > Resonantie

     Paranormale frequentie.

 

Door de groei van televisieprogramma’s over paranormale en onverklaarbare fenomenen, is ‘de jacht op geesten’ een belangrijk onderwerp geworden. Hierdoor zijn er over de hele wereld duizenden groepen ontstaan die, voorzien van allerlei apparatuur, geesten jagen op plaatselijke locaties. Er zit echter heel veel verschil in amateuristische  ‘spokenjagers’ en de wetenschappelijk kant van paranormale fenomenen.

Er wordt zeer belangrijk onderzoek gedaan door bekendheden op verschillende gebieden. Men heeft aangetoond dat er duidelijke verbanden zijn tussen geluid, resonantie en onverklaarbare fenomenen.
In 100 v.Chr. schreef  Plinius de Jonge voor het eerst een verhaal over geestenjagen. Het gaat over een door geesten bezocht huis in Athene, dat werd onderzocht door  Athenodoros Cananites, een filosoof.

In 1862 werd in Londen de Ghost Clubopgericht, dit wordt beschouwd als de oudste paranormale onderzoeksorganisatie. Enkele zeer bekende leden zijn  Charles Dickens,  Sir William Crookes,  Sir William Fletcher Barrett en  Harry Price. In de jaren ’80 van de 19 de eeuw stelde  William James, filosoof en oprichter van de  American Psychological Association, voor om wetenschappelijke methoden te gebruiken bij het onderzoeken van paranormale verschijnselen. Hij werd ondersteund hierin door  Alfred Russel Wallace,  Henry Sigdwick  en zijn vrouw Eleanor,  Edmond Gurney en vele anderen. Samen zijn zij de kern van de  Society for Psychical Research. Het doel was bewijs verzamelen voor verschijningen, door geesten bezochte huizen, en vergelijkbare fenomenen.

De onderzoekers hielden sceances, verzamelden informatie, ontwikkelden testen voor het bepalen van de geloofwaardigheid van mensen die beweerden paranormale ervaringen te hebben gehad, en hielden het Census of Hallucinations bij over mensen van wie werd gezegd dat zij op de dag van hun dood geestverschijningen hadden gezien.

Harry Price deed onderzoek voor het  London’s National Laboratory of Physchical Research in de twintiger, vijftiger en zestiger jaren van de 20 e eeuw. Duitse en Amerikaanse onderzoeken namen het werk van hem over, Harry Holzer en  Ed en Lorrain Warren. Weer anderen, zoals Loyd Auberbach  Christopher Chacon en  William Roll, voerden onafhankelijk van elkaar veld- en laboratoriumonderzoek uit in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu