Plaatsen - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Japanse traditie

Plaatsen.

 

De twee belangrijkste soorten heilige gebouwen in Japan zijn de boeddhistische tempel (otera) en het shintoïstische heiligdom (jinja). Er is ook een aanzienlijk, hoewel veel kleiner christelijke kerken (kyokai), die zich vooral in de grote steden bevinden.

China leverde het voorbeeld voor de Japanse boeddhistische tempels. De eerste Japanse monniken beschouwden hun tempels als loten van degene die zij in China hadden bezocht en zij volgden het Chinese gebruik om ze op bergen te bouwen. Vandaar dat het woord san of zan (‘berg’), van het Chinese shan, regelmatig voorkomt in de namen van Japanse tempels – zelfs wanneer ze op vlak terrein staan – ter ere van de bergtop-locatie van het Chinese moeder-instituut. Tot de beroemde tempels op bergtoppen behoort het grote Tendai-complex op de berg Hiei en de heilige shingon-plaatsen die de berg Koya sieren.

Otera bestaan gewoonlijk, net als hun Chinees-boeddhistische tegenhangers, uit een complex van gebouwen, vergelijkbaar met een middeleeuws christelijk klooster. De kondo of centrale hal bevat heilige afbeeldingen van de Boeddha, samen met andere boeddha’s  en bosatsu’s. Daarnaast is er een daikodo of leeszaal en zijn er verscheidene schatkamers, opslagplaatsen, priesterverblijven en, meestal, een vijf verdiepingen tellende pagode (goju no to), waar traditioneel de heilige relieken huizen en die ontleend is aan de oude stoepa. Overal waar de plaatselijke locatie dat toestaat, wordt het complex omringd door een tuin, waarvan gedeelten zelf heilige plaatsen zijn en het object van devotie, net als de beroemde zen-tuin van de Ryoanji-tempel in Kyoto. Een van de eerste en meest opmerkelijke tempelcomplexen werd in 607 gebouwd dood Shotoku Taishi in Horyuji, dichtbij Nara, dat naar verluidt de oudste groep houten gebouwen in de wereld is. Het complex omvat tien belangrijke gebouwen, waarvan er verschillenden door de Japanse overheid officieel tot ‘nationale monumenten’ zijn verklaard.

Ook de typische shintoïstische jinja is een complex van verschillende gebouwen en uitgezonder de kleine schrijnen die men soms op de daken van warenhuizen en andere moderne hoge gebouwen aantreft, liggen zij bijna altijd in een natuurlijke omgeving, zelfs al bestaat deze uit maar een paar bomen die een stedelijke open ruimte beschaduwen. De oudste jinja waren heilige plaatsen in de openlucht, misschien rond een vereerd natuurlijk object, zoals een boom of een steen. Afgesloten heiligdommen verschenen pas rond het begin van onze jaartelling.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu