Ring v/d koningsdochter - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

De ring van de koningsdochter.

 

Aan de kust van de Waddenzee woonde eens een koning die over heel Friesland regeerde. Hij had een dochter, een stommooi meisje, dat zou gaan trouwen met een prins uit een ander land. Ze had een schitterende roodgouden verlovingsring van de prins gekregen waar ze erg aan gehecht was.

Als het mooi weer was ging de koningsdochter graag bootjevaren op zee, maar op een slechte dag verloor ze daarbij haar ring. O, wat vond ze dat erg! De koning liet overal bekendmaken waar zijn dochter haar ring verloren had en dat de vinder een grote som gelds zou krijgen. Veel mensen gingen op zoek, maar tevergeefs.
Toen liet de koning bekendmaken dat degene die de ring vond, de prinses tot vrouw zou krijgen. Dat was natuurlijk maar lokkebrood, maar de koning vreesde dat het de enige manier was om de ring ooit nog terug te krijgen. Nog veel meer mensen gingen op zoek, maar niemand vond de ring.

Op zekere dag ving een visser een grote zalm. Zijn vrouw ging ermee venten en verkocht hem aan een boertje dat, naar men meende, niet goed wijs was. Die sneed de vis open en… vond de ring van de prinses.
Hij ging naar het hof om zich als vinder van de ring te melden. Bij de eerste deur stond een hoveling die het boertje pas wilde doorlaten als hij hem zou toezeggen. Het boertje zag geen mogelijkheid om op een andere manier voorbij de hoveling te koen en ging met de eis akkoord.

Ook de hoveling bij de tweede deur wilde hem pas doorlaten als hij mocht delen in de beloning die het boertje zou weten de bedingen. Hij eiste de helft. De boer moest ook met deze eis akkoord te gaan, wilde hij naar binnen kunnen.
Uiteindelijk kwam hij bij de koningsdochter en bood haar de ring aan. Zij was daar erg blij mee, maar het boertje kon hij helaas niet tot vrouw krijgen omdat, zo zei de koning, ze al verloofd was. ‘Zeg wat je daarvoor in de plaats wilt hebben en ik zal het je geven,’ zo beloofde de koning. ‘Och koning,’ zei het boertje, ‘ik wil de prinses ook helemaal niet trouwen. Wat moet ik met twee vrouwen? Aan één heb ik genoeg. Zeg me maar hoeveel geld u me wilt geven.’ De koning vroeg wat hij vond van vijfhonderd daalders. ‘Daar ben ik tevreden mee, maar ik beding er vierhonderdvijftig stokslagen bij.’ ‘Wat? Vierhonderdvijftig stokslagen? ‘vroeg de koning verbaasd. ‘Ja. En daarvan moet de hoveling bij de eerste deur er honderdvijftig krijgen, want die heb ik een derde deel beloofd van wat ik bij u bedingen zou.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu