Schaapsvel - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

Schaapsvel.

 

Een vader had één zoon, Jan, die niets liever deed dan drinken en zwieren. Kleine kinderen geven u hoofdpijn; grote kinderen geven u hartenpijn, dacht de man soms, en hij ondervond maar al te vaak hoe waar dat spreekwoord is. Dikwijls had hij de jongen vermaand, maar er was geen zalf aan te strijken.

Op zekere dag zei Jan tegen zijn vader: ‘Wilt gij mij duizend frank geven, dan ga ik de wijde wereld in en zijt ge voor altijd van mij af.’ De vader gaf hem duizend frank, en één-twee-drie, stond Jan gelaarsd en gespoord en was hij de deur uit. Hij trok natuurlijk zijn plezier achten; eten en smeren, drinken en schenken waren zijn enige bezigheden, zodat hij spoedig in een lege zak tastte. Toen begon hij te begrijpen dat hij een slechte weg opwandelen en hij zei bij zichzelf: ‘Holala, ik moet dat hersteken of het zal met mij vies aflopen,’ en hij zag naar een post uit. Hij ging hier en daar een dienst vragen, maar overal werd hij weggezonden. Uiteindelijk stond hij voor een oud kasteel, waar geen levende ziel te zien was. Jan stapte stoutweg naar de deur en belde aan. Mevrouw deed open. ‘Hebt gij hier geen knecht nodig, madame?’ vroeg hij. ‘Ja, vriend,’ was het antwoord, ‘maar denkt gij mij wel te kunnen dienen?’ ‘Dat mag ik toch hopen,’ zei Jan,  en hij meteen met mevrouw akkoord.

Nadat hij eens ferm gegeten en gedronken had, bracht zijn meesteres hem naar een stal met drie zwarte paarden. ‘Deze beestjes,’ zei ze, ‘zult gij dagelijks geven wat ze nodig hebben, en ze verzorgen alsof zij uw eigendom zijn.’ Daarop bracht ze hem naar een andere stal, waar een prachtig sneeuwwit paard stond. ‘En dit, ’zei ze, ‘zult gij alle dagen bovenarms afranselen zolang de zwarte paarden aan het eten zijn.’ Toen liep zij met hem door haar hele kasteel en toonde hem, onder en boven, al de zalen en kamers, en zo kwamen zij eindelijk aan bij een kamertje naast de grote trap. ‘Ge moogt overal komen,’ zei mevrouw, ‘behalve in deze kamer; durft gij hier ooit van uw leven een voet in te zetten, zo zult gij met mij een eitje te pellen hebben.’

Nadat hij enige tijd op het kasteel gewoond had, zei de meesteres hem op zekere dag dat zij voor drie dagen op reis moest. Ik zie liever uw hielen dan uw tenen, dacht Jan, want hij kon zijn nieuwsgierigheid nauwelijks nog bedwingen en wilde weten welk geheim er achter de deur van dat verboden kamertje school. Zodra mevrouw weg was, vloog hij de trappen op, recht naar de ie kamer. Maar hij zag er niets bijzonders. Op de kast lag een bos sleutels en hij paste die een voor een op het slot. Toen het hem eindelijke lukte vond hij zich in zijn verwachting bedrogen, want de kast was leeg.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu