Schele Guurte - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

Het verhaal van Schele Guurte.

 

Als je de grote weg van de Wildenborch naar Vorden volgt, ligt er op een gegeven moment een heuvel aan je rechterhand. De heuvel noemen ze wel eens Schelleguurtjesbelt, en voor het geval je niet weet waarom, zal ik het je vertellen. Mijn ouder moeder heeft mij eens vertelt, hoe ze ertoe gekomen zijn die heuvel deze naam te geven. Wil je het niet geloven, dan moet je het zelf maar weten.

Toen ze hier in de Mosselse enk nog veel last hadden van de witte wieven die ’s nachts al het melkgerei ondersteboven keerden en vuilmaakten, stond er dicht bij de Wildenborchse molen een huis waar dat volkje nooit kwam.

Iedereen wist wel dat Hente, de vrouw van Winkel, een bijster kwaad wijf was, en dat Winkel, sinds hij zijn eerste vrouw naar het kerkhof gebracht had en met Hente Wonnink getrouwd was, de hel in huis had gehaald. Door háár bleef dat volkje weg, zou je misschien denken, maar het was bekend dat ze het juist op zo’n vrouwenmens voorzien hadden. Bang waren die witte wieven zeker niet.

Daar kwam het dus niet door. Maar hoe kwam het dan? Wel, er was een deerntje in dat huis, krek zo oud als het dagen geleden was dat Winkel weduwnaar was geworden. Een aardig meisje was het, die kleine Aaltje, zij had zo’n fijn gezichtje en was altijd zo knap en helder. Je keek haar langer na dan nodig was als je haar onderweg tegenkwam. Ze droeg geen kornet zoals de andere meisjes van zeventien, achttien jaar uit de buurt. Haar stiefmoeder vond het namelijk beter dat jonge deerntjes blootshoofds liepen in de zomer; ’s winters konden ze de schorteldoek wel over het hoofd slaan. En kousen in de zomer vond ze ook te weelderig: eigenlijk was die vrouw er te gierig voor. Dat was ook de reden dat Aaltje nooit mee mocht naar de Vordens of de Lindens kermis. Altijd moest ze op de deel bij de koeien, o in de melkkelder bij de vaten blijven. En was ze daar klaar met haar taken, dan moest ze stro gaan strooien in de schapenstal, zodat het daar in orde was tegen de tijd dat de scheper thuiskwam. Daarna moest ze nog de konijnen voeren en het gras snijden voor de geiten. Maar hoe dan ook, de witte wieven deden háár nooit iets. Zelfs toen ze de mazelen had, was alles in de stal en overal aan de kant, zonder dat iemand gezien had hoe het gebeurd was!

 

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu