Sponske en de reus - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Mythen en sages > Nederland & België

Sponske en de reus.

 

Er was eens een jongen met een ‘verhageld’ gezicht dat op eens pons leek. Daarom werd hij Sponske genoemd. Zijn ouders konden er moeilijk huis mee houden, want hij was koppig en stak vol poetsen en parten. Gekken en sollen, luilen en lollen was zijn grootste vermaak. Van leren en werken hield hij heel wat minder. Nu, dat maakte de rekening niet van zijn ouders, en deze gingen zich bij pastoor en koster over hem beklagen. ‘Wacht,’ zei de koster, ‘ik zal hem wel temmen. Ik zal beginnen met hem eens schrik aan te jagen. Stuur hem vanavond om melk; hij moet dan over het kerkhof en daar zal ik hem eens goed te grazen nemen.’ Hij wikkelde zich tin een wit laken en ging op een plek liggen waar Sponske voorbij moest.

De jongen kwam al fluitende naar de kosterij. ‘Wie ligt daar? ‘vroeg hij, toen hij de witte gedaante zag. Maar hij kreeg geen antwoord: ‘Wie ligt daar?’ vroeg hij nog eens, en even vruchteloos. ‘Wie ligt daar? Voor de laatste keer!’ schreeuwde hij, en toen hij weer geen antwoord kreeg, sloeg hij de koster zo hevig op het hoofd, dat het bloed het laken rood kleurde.

Thuis vertelde hij hem wat hem overkomen was. Hij dacht zich moedig gedragen te hebben en om zijn daad geprezen te zullen worden, maar hoe vond hij zich in zijn verwachting bedrogen toen zijn ouders hem ongelijk gaven en tegen hem uitvielen. ‘Als het zo is,’ zei Sponske, ‘dan trek ik de wijde wereld in; ik hoor hier toch niets dan brommen en grollen.’ En voorzien van een mus en een stuk Brabantse kaas ging hij op weg.

Na lange tijd gelopen te hebben, stond hij voor een groot bos. Aangezien hij geen schrik kende, sloeg hij zonder aarzelen de bosweg in en zette zich op een boomstronk  om wat uit te rusten. Een reus, die hem had zien aankomen, brak een boom af, liep vanachter op Sponske toe en sloeg hem met zijn stok op de linkerschouder. Maar onze jongen, die de reus wel had gezien, vond het raadzaam zich stout en kloek te tonen, wreef eens met de hand over zijn schouder en zei:  ‘Sapperloot, wat steken de dazen hier toch hard!’ ‘Nou, nou,’ zei de reus verwonder, ‘wie heeft er van zijn leven zoiets gehoord?’ En meteen trof een tweede en hardere slag Sponske op de rechterschouder. De slimme jongen voelde opnieuw aan zijn schouder en zei: ‘Potdorie, aan die kant bijten ze nu nog harder!’ hij keerde zich om en riep met geveinsde geramschap de reus toe: ‘O, zijt gij het, lelijke bullebak! Zie, als ik mijn Heer en mijn God niet vreesde, dan brak ik u de nek.’

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu