Vieringen - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Hindoeïsme

Vieringen.

 

Hindoeïstische feesten zijn vervuld van kleur en vreugde en worden bijna altijd geassocieerd met feestmalen en plezier, hoewel ze gewoonlijk ook rituele vastenperiode kennen. De geboortedagen van de goden Rama, Krishna en Ganesha zijn door heel India heel populair, terwijl belangrijke regionale feesten, waaronder Holi, Onam en Pongal.

Andere feesten, zoals Navaratri en Dipavali, zijn pan-hindoeïstische  feesten die gewoonlijk de overwinning van de machten van rechtschapenheid over het kwaad markeren. Dipavali is waarschijnlijk het meest algemeen gevierde hindoeïstische feest. Het valt op nieuwe maan tussen half oktober en half november en wordt gevierd door het huis met lichtjes te versieren, het afsteken van vuurwerk en het dragen van nieuwe kleren. Ook worden er wel cadeaus gegeven en wordt er feestelijk gegeten. In Zuid-India gelooft men dat Dipavali de dag markeert waarop Krishna een demon, narakasura, doodde en zo de triomf van het licht over de duisternis zeker stelde. In het noorden wordt de terugkeer van de god Rama naar Ayodhya en diens kroning ermee gevierd. In Gujarat luidt het feest het begin van het nieuwe jaar in. In vele delen van India staan de mensen met Dipavali voor zonsopgang op om een ritueel bad te nemen, want men gelooft dat het heilige water van de Ganges die dag al in het andere water aanwezig is.

Tempelverering vormt een sleutelelement in het hindoeïstische religieuze leven.  In de meeste tempels vindt deze verering niet groepsgewijs – in de zin dat mensen zich op gezette tijden voor gemeenschappelijk diensten verzamelen – plaats. Er zijn in de tempel geen zitplaatsen: de gelovigen staan gewoonlijk enkele minuten voor het altaar van de godheid. Binnen het hindoeïsme lijkt de gelegenheid waarbij mensen zich luisteren rond een leraar scharen nog het meest op die van een religieuze congregatie – hoewel dit meestal in een openbaar gebouw plaatsvindt en niet in een tempel – of wanneer ze thuis of in het openbaar samen religieuze liederen zingen. Deze vorm van gezamenlijke verering is gebruikelijk in de diaspora, met name in de weekenden.

Men laat zijn schoeisel altijd buiten de tempel achter, een gewoonte die symboliseert dat de gelovige tijdelijk het stof en het vuil van wereldse gedachten gevoelens achter zicht laat. De meest simpele daad van tempelverering is het aan de godheid aanbieden van kamfer, fruit, bloemen of kokosnoot, wat vaak gekocht wordt in de stalletjes buiten de tempel.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu