Vieringen - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Japanse traditie

Vieringen.

 

Het misschien wel meest opvallende kenmerk van de Japanse religie is het enorme aantal lokale feesten en rituelen, zowel shintoïstische als boeddhistische. Naast algemeen gevierde feestdagen als het Japanse Nieuwjaar en het Obon-voorouder-feest, kent ieder shintoïstisch heiligdom en bijna iedere boeddhistische orde en tempel zijn eigen kalender van speciale rituelen en ceremonies. Het zelfde geldt voor de ‘Nieuwe Religies’. Andere gewone rituelen zijn begrafenisrituelen, die bijna allemaal volgens boeddhistische riten voltrokken worden – de enige uitzondering vormen de keizerlijke uitvaarten, die geheel shintoïstisch van vorm zijn.

Wat betreft de meeste gemeenschappen is het jaarlijkse (of in sommige gevallen tweejaarlijkse) plaatselijke geeft of matsuri het belangrijkste shintoïstische ritueel. Bijna iedere Japanse, stad, buurt, dorp of buraku kent zo’n feest, dat gericht is op het heiligdom van de lokale shintoïstische kami. Er zijn twee basisvormen van matsuri. De eerste, een ‘gewoon feest’ of ‘schaduw-matsuri’, heeft niet direct op de lokale kami betrekking, maar is niettemin rond het heiligdom gecentreerd en culmineert in de feestelijke processie van een draagbaar schrijn, een mikoshi, door de buurt. Het tweede type matsuri is een taisai of ‘groot feest’. Tijdens dit feest bevat de mikoshi de heilige beetlenis van de plaatselijke kami. De taisai wordt gewoonlijk eens in de drie jaar gevierd, hoewel het ook vaker kan zijn en bij bepaalde belangrijke heiligdommen zelfs ieder jaar. Bij beide vormen van matsuri werken de drie groepen die de lokale gemeenschap vertegenwoordigen – het handelaarsgilde (shotenkai), de buurtvereniging (chokai) en de oudsten van het heiligdom (sodaikai) – samen om een positief beeld van de lokale gemeenschap te geven en zo tegelijkertijd hun onderlinge gevoel van sociale solidariteit en lokale trots te verstevigen.

Naast het deelnemen aan gemeenschappelijke rituelen van de huishouding en de lokale geesten, brengen zeer veel Japanners individuele bezoeken aan tempels en schrijnen om de zegen van lokale bosatsu of kami te vragen met name bij persoonlijke tegenslagen. In een boeddhistische tempel komt dit meestal neer op het branden van wierook als een gave aan de godheid en het over zichtzelf waaieren van de rook. In een heiligdom voert de gelovige eerst een rituele wassing uit, waarbij de mond en de handen worden gewassen, voordat men naar het buitenste gedeelte van het heiligdom toegaat en een gave, meestal geld, in een collectebus laten vallen.

 

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu