Wedergeboorte - Paraned

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Wereldreligies > Boeddishme

Wedergeboorte.

 

Boeddhisten hebben een traditie van nadenken over de dood die begon toen Siddharta Gautama de ‘Vier Tekenen’ zag- een oude man, een zieke, een overledene en een asceet – die hem ertoe brachten zijn koninklijke bestaan op  te geven. Zijn visie op verzaking hield de belofte in dat het probleem van de dood door morele en spirituele discipline overwonnen kon worden.

Traditionele boeddhistische ideeën over de dood zijn gebaseerd op de oude Indiase doctrine van samsara, wat verschillende vertaald wordt als ‘reïncarnatie’, ‘transmigratie’ of simpelweg ‘wedergeboorte’, maar wat letterlijke ‘dwalend’ van het ene leven naar het andere betekent. Rond de tijd van de Boeddha was de Indiase religie het bestaan als cyclisch gaan zien: een persoon wordt geboren, wordt oud, sterft, en wordt dan herboren in een ander lichaam, waarmee het proces opnieuw begint. Men kan worden wedergeboren als mens, godheid, geest of dier; of iemand wordt voor straf herboren in de hel.

De aard van iemand reïncarnatie is afhankelijk van karma, ofwel de wet van morele verrekening. Hoe groter het totaal aan verdiensten is dat men in de loop van een leven heeft verzameld, hoe hoger de vorm zal zijn waarin men herboren wordt. Het omgekeerde geldt door degenen die meer zonden dan verdiensten hebben verworven. Voor zij in een andere vorm kunnen worden gereïncarneerd, moeten de ergste zondaren hun zonden uitwissen door een verblijf in een van de regionen van de hel, die gerangschikt zijn naar de ernst van hun straffen. Het laagste en ergste niveau is voor mensen die hun ouders of leraar hebben vermoord. Net zoals de inwoners van de hel hun zonden kunnen uitwissen en als mens herboren kunnen worden, kunnen degenen die tot goddelijk niveau gestegen waren, hun verdiensten uitputten en terugvallen in het menselijke bestaan. Geen enkele toestand is permanent.

Traditioneel proberen mensen om slechte daden te vermijden en om verdiensten te vergaren door religieuze handelingen en donaties aan monniken, in de hoop op een betere geboorte in het volgende leven. Maar Siddharta Gautama zag samsara als een eeuwige sleur van dood en potentieel lijden en zette zich ertoe om de cirkel te doorbreken. Zijn daad van bevrijding, het ophouden van wedergeboorte, staat bekend als het nirvana, letterlijk het ‘uitblazen’ van het vuur van onwetendheid en verlangen, dat volgens de Boeddha, de ‘brandstof’ van samsara was en de bron van het lijden.

<<< Vorige ... Volgende >>>

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu